About

Leo de Jager is vooral een mensenfotograaf. Hij maakt portretten in zijn fotostudio of fotografeert mensen in het straatbeeld. Met fotograferen begon hij toen hij 11 jaar was en van zijn vader een eenvoudige Kodak Instamatic camera kreeg. Na diverse beroepen in de grafische industrie keerde hij terug naar zijn grote liefde; de fotografie. In 2010 beëindigde hij zijn werk als beroepsfotograaf. Dat betekende echter niet dat hij is gestopt met fotograferen. In tegendeel.

Hij legt uit: “Het liefst maak ik elke dag wel een portretfoto van iemand. Elke portretfoto betekent voor mij een ontmoeting met een mens. Dat is wat mij drijft. Dat is iets heel anders dan het in opdracht fotograferen van bijvoorbeeld  verschillende types boormachines voor een of andere catalogus. Daar vind ik dus niks aan. Maar je moest het soms doen, want klant is koning en de schoorsteen moest ook blijven roken. Ik ben ook geen natuurfotograaf. Mooi om naar te kijken hoor, maar ik ben totaal ongeschikt om uren in een zeiknat veld of aan een winderige bosrand te gaan liggen wachten of net dat ene bijzondere vogeltje voorbij wil vliegen. Mooie beestjes hoor, ik hou van de natuur, maar daar heb ik echt geen geduld voor dus dat laat ik graag aan natuurfotografen over.

Hij vervolgt:

Mensen fotograferen is voor mij het mooiste wat er is. Nu ik gestopt ben met mijn bedrijfje heb ik ook geen last meer van ongeduldige opdrachtgevers die om de haverklap bellen of de foto’s al klaar zijn. Dus van ‘dead-lines’ ben ik gelukkig af. Nu fotografeer ik alleen nog maar wat ik zelf leuk of mooi vind. En dat zijn toch vooral mensen, straatbeelden of landschappen. En dat hou ik vol tot ik mijn laatste adem uitblaas. Letterlijk. Stel je voor: dat zou toch een bijzondere foto worden als je nog net de kracht hebt om in bed je laatste groeps- of portretfoto te maken van de mensen die afscheid van je komen nemen terwijl je net bezig bent om naar de eeuwige jachtvelden te verhuizen! Maar zo stel ik me dat voor. Fotograferen tot je er – letterlijk – dood bij neervalt. Dat lijkt me echt super gaaf!”.